Gouden Lijst 2017

Details:

p 16 maart 2017 werden de 5 genomineerden bekendgemaakt. Op 21 april 2017 werden hieruit de winnaars van de Gouden Lijst 2017 gekozen en bekendgemaakt In 7Days, de weekkrant voor jongeren.

Gouden Lijst:

Ali Benjamin - Suzy en de kwallen

Natuurlijk, er zijn meer boeken voor jongeren waarin de hoofdpersoon treurt over het verlies van een overleden vriend of vriendin. Het is een thema dat lezers in de leeftijd van twaalf tot vijftien jaar aanspreekt. Niet dat zij zich allemaal in het thema zullen herkennen – gelukkig maakt niet iedere jongere mee dat een leeftijdgenoot overlijdt – maar iedereen kan zich wel een beeld vormen hoe ingrijpend een dergelijk verlies is. Goede vrienden hebben is immers belangrijk in deze levensfase en het idee dat die er op een dag niet meer zijn, is onverdraaglijk.

Op grond hiervan zou op het eerste gezicht kunnen worden vastgesteld dat het thema in Suzy en de kwallen niet bijster origineel is. Het tegendeel is echter het geval, vooral door de onalledaagse uitwerking van het onderwerp. Zo valt op dat de dertienjarige, tamelijk eenzame Suzy nogal wat kenmerken van een nerd heeft, terwijl nerds in verhalen meestal jongens zijn. Aan de hand van een minutieus uitgevoerd onderzoek naar het leven van kwallen probeert ze te bewijzen dat haar vriendin Franny bij het zwemmen niet ‘zomaar’ is verdronken, maar dat een giftige kwallenbeet haar dood heeft veroorzaakt. Het is voor Suzy onacceptabel dat niemand haar kan vertellen wat er met Franny, die goed kon zwemmen, is gebeurd.

‘Sommige dingen gebeuren gewoon, had mijn moeder gezegd. Dat vond ik een verschrikkelijk antwoord, echt het allerergste.’

Steun en inspiratie voor haar plan vindt Suzy in een uitspraak van haar docente algemene natuurwetenschappen:

‘Mevrouw Turton zei een keer dat als er iets gebeurt wat niemand kan verklaren, dat zoiets dan het begrip van de mens te boven gaat. En dat je daarvoor de wetenschap nodig hebt. Dat de wetenschap iets is waarmee je een verklaring kunt vinden die nog niemand heeft.’

Ook de dood van Franny moet dan verklaarbaar zijn, denkt Suzy. In haar onderzoek, dat moet resulteren in een werkstuk voor school, gaat ze heel ver. Ze zoekt contact met kwallendeskundigen en doet een serieuze poging om een van hen op te zoeken in Australië. Ondertussen raakt ze steeds meer geïsoleerd van haar omgeving, zowel thuis als op school, ook doordat ze kort na de dood van Franny is gestopt met praten.

‘In de eerste drie weken van de tweede klas leerde ik vooral één ding heel goed: dat je onzichtbaar kunt worden door gewoon niks te zeggen.’

Het proces dat Suzy doormaakt wordt geloofwaardig en in klare taal - met dank ook aan vertaalster Lidwien Biekmann - beschreven. De bijna obsessieve wijze waarop Suzy bezig is met haar kwallenonderzoek is niet alleen invoelbaar, het ontroert ook, zonder dat het pathetisch of sentimenteel wordt. De betrokkenheid van de lezer wordt nog verdiept door het beeld dat via flashbacks wordt geboden van de vriendschap tussen Suzy en Franny en hoe de twee meisjes uit elkaar groeiden. Door dat laatste was er in feite nog maar weinig over van hun band, al wil Suzy dat eigenlijk niet geloven. Juist dat aspect maakt het rouwproces voor haar extra pijnlijk, ook door haar immens grote schuldgevoel over iets wat ze Franny in een ultieme poging de oude vriendschap te herstellen, heeft aangedaan.

Als lezer hoop je dat het goed afloopt met Suzy, dat ze het gewone leven weer kan oppakken. Heel voorzichtig lukt haar dat uiteindelijk. In die zin is Suzy en de kwallen ook een hoopvol verhaal, dat houvast en troost biedt.

Suzy en de kwallen is een prachtig boek. De uitwerking van het thema is origineel, het taalgebruik is toegankelijk en helder, en de karakterontwikkeling is sterk. Daarbij is het psychologische proces op geslaagde wijze verweven met interessante informatie over kwallen. Het zijn feitjes die je als lezer direct wilt delen met de omgeving: ‘Wist je dat kwallen….?’

Ook is het boek aantrekkelijk vormgegeven: het boekblok is rijkelijk ‘bestrooid’ met afbeeldingen van kwallen, terwijl de zes delen waarin het verhaal volgens de opzet van een wetenschappelijk onderzoek is verdeeld – doel, hypothese, achtergrond, variabelen, werkwijze, resultaten en conclusie – voorafgegaan worden door een verfijnde pentekening van een kwal.

Suzy en de kwallen is een boek dat in alle opzichten overtuigt en raakt, een boek dat veel mogelijkheden tot identificatie biedt, een boek dat compleet is. Om die reden kent de jury met veel genoegen aan Suzy en de kwallen de Gouden Lijst 2017 toe in de categorie Vertaalde jeugdboeken.

Benny Lindelauf - Hoe Tortot zijn vissenhart verloor

Er zijn maar weinig kinder- en jeugdboeken waarin op nadrukkelijke wijze de spot wordt gedreven met oorlog, het leger en alles wat daarbij hoort. In Hoe Tortot zijn vissenhart verloor is dat wel het geval, van de eerste tot de laatste bladzijde. Vele pakkende zinnen onderstrepen dit originele thema.

‘Die week werd een nieuwe veldslag geleverd. In die dagen werden plek en tijdstip ruim van tevoren afgesproken. Dat was niet alleen uit beleefdheid; oorlog was een kostbare zaak, tijd was geld. Als beide legers elkaar eerst moesten zoeken voordat ze elkaar te lijf konden gaan…’

Het is een zin die de lezer prikkelt. Wat gebeurt hier? Waar gaat dit over? Je kunt niet anders dan verder lezen en je laten betoveren door het ongewoon geestige en absurdistische verhaal over veldkok Tortot, die dankzij zijn grote gewiekstheid keer op keer weet te ontkomen aan het oorlogsgevaar. En niet alleen redt hij zijn eigen leven, ook dat van Halve George, een ernstig verminkte kindsoldaat, die zich heeft verstopt in een augurkenvat, weet hij te beschermen.

Via Tortot laten auteur Lindelauf en illustrator Volbeda in een harmonieus samenspel van woord en beeld de dwaasheid van oorlog tot in de finesses zien. Denk aan het door de auteur opgevoerde handboek Keurig Oorlogvoeren. Het staat er zo terloops, dat de lezer bijna zou denken dat ordentelijke oorlogsvoering echt bestaat. Ook het feit dat Tortot zondermeer van het ene leger naar het andere overstapt, tekent de waanzin van het oorlogsbedrijf:

‘Later, véél later, toen Tortot stokoud en kinds was, zei hij wanneer men hem vroeg naar zijn ervaringen als oorlogskok ten tijde van de Grote Oorlogen, dat hij zijn hele leven trouw hetzelfde leger gediend had.

‘Hetzelfde leger?’

‘Hetzelfde leger.’

‘Maar welk leger was dat dan?’

‘Wat een domme vraag!’ antwoordde Tortot dan. ‘Het leger dat won natuurlijk! Ik diende altijd het leger dat won!’

En dan schaterde hij het uit en daarna moest hij huilen, weerloos als een kind.’

Daarbij wordt het verhaal in prachtige taal verteld, licht-ironisch, beeldend, zonder bombast. Een stijl die soms, ook vanwege de vele nonsensicale elementen, doet denken aan die van Annie M. G. Schmidt, zonder daarbij afbreuk te doen aan de unieke verteltrant van Benny Lindelauf. De auteur lijkt zelf verbaasd te zijn over de mogelijkheden die de taal hem biedt. Via Tortot spreekt hij er zijn verwondering over uit:

‘Was het niet vreemd wat woorden konden doen? Dat je er een junidag van kon maken? Of een scheef huisje met een scheef tuintje? Of alles tegelijk?’

Inderdaad, als je zo kunt schrijven als Lindelauf doet, dan kun je alles verbeelden. Soldaten kunnen dan zelfs worden opgevoerd als koeien:

‘Met de dooi en intrede van de lente werd de oorlog hervat. Soldaten braken uit als koeien na een lange winter. Om negen uur precies denderden ze het afgesproken slagveld op alsof het het sappigste weideveld was. Van beide zijden werden de meest ingenieuze manieren bedacht om elkaar om zeep te helpen. Vaak was de inventiviteit van het andere kamp zo groot dat de generaals van de tegenpartij luidkeels klapten in hun behandschoende handen. Ere wie ere toekomt tenslotte.’

Met dergelijke beschrijvingen laat de auteur zien dat hij een rasverteller is, die zijn lezers van begin tot eind weet mee te slepen in de door hem gecreëerde wereld. Hetzelfde kan worden gezegd van Ludwig Volbeda. Zijn schitterende pentekeningen – verfijnd, gedetailleerd en vol humor – verbeelden niet alleen grote scènes uit het verhaal, maar ook ogenschijnlijk minder belangrijke details. Het zijn tekeningen die naadloos aansluiten bij de karikaturale wijze waarop de oorlogsvoering wordt beschreven. Tekeningen ook waar je naar blijft kijken en waarin je steeds nieuwe dingen ontdekt.

Hoe Tortot zijn vissenhart verloor boeit tevens door de ontwikkeling die Tortot doormaakt. Aanvankelijk wil hij weinig weten van Halve George, die bij hem bescherming zoekt. Toch zorgt de kok met het koude vissenhart voor de zwaar getroffen jongen en ontstaat er een zekere vriendschap. Het is een relatie die raakt, ook al wordt het nooit emotioneel, zoals past bij een absurdistisch verhaal.

De combinatie van een ongekend humoristische vorm van absurdisme, het fraaie taalgebruik en de vele aansprekende tekeningen zal een grote groep aanspreken, ook de minder ervaren lezers. Bovendien kan het boek door zijn thematiek worden ingezet bij educatieve projecten, bijvoorbeeld bij vakken als maatschappijleer en geschiedenis. In dat verband heeft het verhaal ook alles in zich om te worden voorgelezen.

Hoe Tortot zijn vissenhart verloor doet precies wat een goed boek moet doen: uitnodigen, uitdagen, meeslepen én na laten denken over een universeel thema. Een thema dat uiterst actueel is in verband met de huidige mondiale ontwikkelingen waarin alternative facts naast objectieve waarheden worden opgevoerd. Eenmaal gepakt door het verhaal, raak je er steeds meer van overtuigd: oorlog is dwaasheid.

‘Het grootste misverstand, dacht Tortot, was de gedachte dat militaire triomf het gevolg was van slimme beslissingen, tactisch inzicht en grote moed van de overwinnaar. Het tegendeel was waar. Oorlogen werden vooral gewonnen door domheid, onbenul en angst van de verliezers.’

Vanwege de buitengewone originaliteit, de compleetheid van het verhaal, het overtuigende absurdisme en de opvallend goede en rijke vertel- en tekenstijl, kent de jury met heel veel plezier aan Hoe Tortot zijn vissenhart verloor de Gouden Lijst 2017 toe in de categorie Oorspronkelijk Nederlandstalige jeugdboeken.

Eervolle vermelding:

Meg Rosoff - Mij niet gezien

In 2016 won Meg Rosoff de Astrid Lindgren Memorial Award. Mij niet gezien, waarvan de Engelse editie al in 2013 verscheen, laat zien dat het toekennen van deze prestigieuze prijs terecht is. Het verhaal over de twaalfjarige Mila die met haar vader Gil op zoek gaat naar diens spoorloos verdwenen jeugdvriend Matthew heeft een aantal uitzonderlijke kwaliteiten.

Het boek laat op een geloofwaardige manier door de ogen van een twaalfjarige zien hoe volwassenen soms een puinhoop van hun leven maken en hoe dat ingrijpt op het leven van anderen, in het bijzonder hun kinderen. Mila wordt daarmee geconfronteerd via Matthew en zijn vrouw, maar ook via haar beste vriendin Catlin, die worstelt met de ruzies en de op handen zijnde scheiding van haar ouders. Mila beseft daarmee dat volwassenen niet onfeilbaar zijn.

Het verhaal beschrijft bovendien op genuanceerde wijze hoe oude (vriendschaps)banden kunnen worden verbroken en hoe nieuwe worden gevormd, zowel tussen volwassenen als tussen jonge mensen. Centraal bij dit alles staat Mila’s eigen ontwikkeling, van kind-zijn naar volwassenheid.

Daarbij is Mila een uniek personage. Ze is hoogsensitief, voelt en ziet dingen die voor anderen niet direct duidelijk zijn. Dit is geen gelukkig thuis, is haar eerste indruk van het huis waarin Matthew met zijn gezin woont. Ik tuur in zielen. Daarmee benoemt ze zelf deze gevoeligheid, die haar in staat stelt situaties, gedachtegangen en gevoelens te doorgronden. Door deze ‘gave’ maakt Mila een volwassen indruk, wat versterkt wordt door de manier waarop ze de problemen van de volwassenen analyseert. Systematisch zet ze bijvoorbeeld op een rijtje wat er met Matthew kan zijn gebeurd. Deze eigenschap van Mila zou een onnatuurlijke indruk kunnen maken, maar ze wordt, hoewel minder nadrukkelijk, daarnaast als een ‘gewoon’ kind beschreven, als een twaalfjarige die zich soms verbaast over het gedrag van volwassenen. Doen mensen dat soort dingen ook, vraagt ze zich af als ze ontdekt dat Matthew rond dezelfde tijd zowel zijn vrouw als zijn minnares zwanger heeft gemaakt. En ze is zeer geschokt, zoals bij haar leeftijd past, als ze erachter komt dat haar ouders vanaf het begin wisten wat er met Matthew aan de hand was en dus tegen haar hebben gelogen. Tegelijkertijd realiseert ze zich dan dat ze ondanks haar goede observatievermogen niet in staat is geweest de situatie juist in te schatten. Die gelaagdheid maakt van Mila een overtuigend karakter.

Opvallend is ook de stijl waarin het verhaal is geschreven, helder en met treffende observaties en overdenkingen. Vertaalster Jenny de Jonge heeft daarbij haar werk voortreffelijk gedaan. De ene rake zin na de andere komt voorbij, vooral in de weergave van de gedachten en gevoelens van Mila:

‘Ik vraag me af op welk moment een kind een persoon wordt. Gebeurt het plotseling, of langzaam, in fasen? Is er een leeftijd, een week, een moment waarop alle geheimen van het universum worden geopenbaard en de volwassenheid op een wolk uit de hemel neerdaalt en voorgoed je hersenen verandert? Zal het kind dat ik ben zich op een dag stilletjes uit de voeten maken om nooit meer terug te keren?’

‘De as van een oude vriendschap zweeft door de lucht en daalt neer en vormt een klein hoopje onder de ontbijttafel.’

‘Ik zal niet altijd gelukkig zijn, maar met een beetje geluk blijft me misschien de ondraaglijke pijn bespaard dat ik bijdraag aan het leed van de wereld.’

Scherp zijn ook de gedachten die Mila over taal heeft. Zo stelt ze:

‘Ik heb moeite met het idee dat je geen moedertaal zou hebben. Zou je je een zwerver in je eigen hoofd voelen? Ik kan me niet voorstellen dat je geen taal hebt waar je thuishoort. Een taalwees.’

Alles bij elkaar is Mij niet gezien een fijn boek. Enerzijds leest het als een spannende thriller, waarin het draait om de vraag wat er met Matthew is gebeurd. Anderzijds nodigt het boek uit tot nadenken, tot reflectie, over de relatie tussen kinderen en volwassenen bijvoorbeeld, over vriendschap, over rouw en schuldgevoel, over taal… Een boek dat lezers veel te bieden heeft.

Brian Selznick - De Wonderlingen

In 2016 verzorgde kinderboekenschrijver Harm de Jonge de jaarlijkse Annie M.G. Schmidtlezing. Zijn voordracht, getiteld ‘Het paradijs van de fantasie’, was een hartstochtelijk pleidooi voor boeken die de verbeelding prikkelen, boeken die de lezer laten opgaan in een fictieve wereld. De Wonderlingen van de Britse schrijver Brian Selznick is zo’n boek. Dubbeltalent Selznick neemt de lezer daarin zelfs mee naar verschillende werelden en hij doet dat door middel van een razendknappe constructie, zoals hij eerder deed in De uitvinding van Hugo Cabret en Het wonderkabinet. Net als die boeken bestaat De Wonderlingen uit een niet-alledaagse combinatie van proza en beeld, waarbij er verschillende verhaallijnen zijn.

Op de eerste 389 bladzijden van het boek krijgt de lezer via paginagrote potloodtekeningen op filmische wijze de geschiedenis van een bijzondere acteursfamilie voorgeschoteld, een geschiedenis die in 1766 begint met de avonturen van Billy Wonderling. Stuk voor stuk zijn het tekeningen die emoties als angst, verbijstering, geluk en verdriet op treffende wijze verbeelden. Daarna volgt een prozadeel van bijna tweehonderd bladzijden. Dit gedeelte speelt in 1990 en vertelt hoe de van kostschool weggelopen Joseph in Londen terechtkomt bij zijn nogal excentrieke oom Albert. Alles aan oom Albert is anders dan Joseph gewend is: zijn wonderlijke kleding, zijn eigenaardige bezigheden en gewoontes, de negentiende-eeuwse inrichting van zijn huis… Door nieuwsgierigheid gedreven wil Joseph samen met het buurmeisje Frankie de raadsels rond oom Albert en zijn huis oplossen. In die spannende zoektocht wordt de lezer meegenomen. Stukje bij beetje wordt zo de geschiedenis van de Wonderlingen ontrafeld. Joseph meent uiteindelijk te weten hoe het zit met de acteursfamilie en hoe hij en oom Albert daarvan deel uitmaken. Het blijkt echter allemaal anders te zijn. Joseph is op het verkeerde been gezet en met hem de lezer ook. Aut Visum Aut Non, ofwel ‘Je ziet het of je ziet het niet’, is dan ook de regelmatig terugkerende boodschap in dit deel van het verhaal. Een boodschap die ook geldt voor het derde deel, waarin middels tekeningen een blik in de toekomst wordt geworpen. Hoe het verhaal dan ook precies eindigt, komt de lezer niet te weten. De interpretatie van de tekeningen wordt aan hemzelf overgelaten. Aut Visum Aut Non.

Aldus heeft het boek verschillende lagen, die in een spannend verband worden gepresenteerd. In het Nawoord wordt aan die gelaagdheid nog een verrassende extra dimensie toegevoegd: De Wonderlingen blijkt gebaseerd op de werkelijkheid, te weten het leven van twee Londense mannen.

Met dit alles kan De Wonderlingen met recht een boek worden genoemd, zoals Harm de Jonge ze heeft aanbevolen in de Annie M.G. Schmidt-lezing 2016. Het is een verhaal over verhalen. Het nodigt de lezer uit verder te kijken dan wat er letterlijk staat. In die zin daagt De Wonderlingen uit. Het is een boek waarin de lezer wordt meegevoerd en dat de verbeelding prikkelt. De originele vorm waarin tekst en beeld zijn gecombineerd, speelt daarbij een grote rol.

Een woord van lof ook voor de stijl waarin het boek is geschreven: het vlotte taalgebruik, de levendige dialogen en de beschrijvingen die de spanning rond de gebeurtenissen benadrukken:

‘Het rook er stoffig en springlevend, een vreemde combinatie van zweet en hout, kaarsen en elektriciteit, alsof het wezen van iedereen die er ooit had rondgelopen in de lucht was blijven hangen.’

Vermeldenswaard is verder de intertekstualiteit. Mooie en relevante verwijzingen naar teksten van Shakespeare en gedichten van Yeats maken het verhaal rijker.

Een compliment aan Aleid van Eekelen-Benders, die zorg droeg voor de uitstekende Nederlandse vertaling, is ten slotte op zijn plaats.

Gerda Van Erkel - Als de bergen huilen

Als de bergen huilen is een bijzonder verhaal over een bijzondere vriendschap. Op indringende wijze vertelt het over de band tussen Sune en Borr en hoe die onder druk komt te staan.

Sune, een jongen met een verstandelijke beperking die samen met zijn vader en zijn zus Ida op een door zijn vader beheerde camping woont, heeft het niet gemakkelijk: hij is ‘traag in zijn hoofd’, is bang voor zijn zus die hem vaak lastig vindt en wordt gepest door de dorpsjongens. In feite wordt hij door niemand serieus genomen, terwijl hij zoveel te vertellen heeft. Regelmatig vlucht hij de natuur in. Daar, in de ruige Zweedse bossen, voelt hij zich veilig. Hij zoekt er de woerd op die wel naar hem wil luisteren en hij voelt er contact met zijn moeder, die bij zijn geboorte is overleden.

Zomergast Borr heeft zo ook zijn problemen. Zijn ouders zijn gescheiden, waardoor zijn moeder depressief is. Haar zelfmoordpoging is traumatisch geweest voor Borr. Ook mist hij zijn vriendin Helga, die hem heeft laten zitten voor een ander. Op de camping en in het bijbehorende dorp kan hij moeilijk zijn draai vinden. Regelmatig slaat bij hem de verveling toe.

De gevoelige Sune en de enigszins stoere Borr zijn twee overtuigende karakters. Door het wisselende perspectief kan de lezer zowel vanuit het gezichtspunt van Sune als uit dat van Borr de gebeurtenissen meebeleven. Beide perspectieven zijn tot in de puntjes uitgewerkt en maken een authentieke indruk. De twee jongens komen door hun eigen unieke vertelstem echt tot leven. Sune is een poëtische, beeldende verteller. Borr heeft een directe, bijna afgemeten manier van vertellen; zijn zinnen zijn kort en krachtig.

De mogelijkheid tot inleven in de personages wordt versterkt door prachtig taalgebruik met een rijkdom aan beelden, zoals in Sunes herinnering aan het gesprek tussen zijn vader en de schooldirecteur, die als Sune dertien is geen mogelijkheden meer ziet om de jongen nog iets te leren.

‘Ze praatten over zijn hoofd heen, alsof hij de asbak op het bureau was. Te dom om bij de groten te zitten en te groot voor de kleintjes, daar kwam het op neer.’

Zulke zinnen houden de aandacht vast en maken nieuwsgierig naar wat er verder gebeurt.

Buitengewoon treffend ook weet Gerda Van Erkel de sfeer in het verhaal weer te geven. Zo grijpen de openingszinnen je meteen bij de keel:

‘Het oog kijkt terug. Rond en glimmend en even zwart als een van de nachten waarin hij ijskoud van angst aan zijn bed vastgevroren ligt. Het zwart van die nachten is het meest vernietigende dat de jongen kent. Het is het gat waarin zijn toekomst verdwijnt en het zuigt al zijn adem uit zijn lijf.’

Dat zijn zinnen die een sfeer van geheimzinnigheid en dreiging oproepen. En dreiging is er zeker. Dat blijkt ook uit het feit dat het verhaal wordt verteld aan de hand van het verhoor dat Borr ondergaat. Gaandeweg blijkt daarbij dat er iets verschrikkelijks is gebeurd, iets waarover Borr zich erg schuldig voelt en waarvan hij niet weet hoe het zal aflopen. De spanning daarover is intens voelbaar en dwingt tot doorlezen. Als de bergen huilen is dan ook een boek dat je niet snel weglegt. Vanaf de eerste zin tot de laatste boeit het verhaal. Daarbij is Als de bergen huilen echter geen hapklare brok. Het boek vraagt een aandachtige en zorgvuldige leeshouding. Maar eenmaal die houding gevonden, maken de goed uitgewerkte karakters en het fraaie taalgebruik een onuitwisbare indruk. En is er spijt als de laatste bladzijde is omgeslagen.